In Memoriam Jacques Tonnaer

door Michel van Hulten

Met Jacques vormde ik een zeer rustige fractie. Ondanks vele inspanningen en interventies in en rond ons Kamerwerk hadden we nooit ruzie met elkaar, op basis van het belangrijkste besluit dat we namen in een kamertje van de Eerste Kamer in mei 1971.

We besloten namelijk dat ieder op het terrein van zijn eigen portefeuilles zijn gang kon gaan: Jacques beheerde de ene helft, ik de andere helft, en dan ook daarin de beslissende stem zou hebben.

We hadden beiden geen tijd voor fractievergaderingen en discussies over teksten. Hij moest op maandag na zijn werk in het Limburgse nog in het Haagse Parkhotel in de Molenstraat zien te komen en kwam daar zelden voor 23:00 uur aan. Voor mij gold ongeveer hetzelfde, reizend vanuit en naar Lelystad, hoewel ik meestal nog net even wat eerder aankwam.
Na een Kamerzitting op dinsdag hadden we ook altijd allebei haast om weg te komen naar onze perifere woonplaatsen.

Naborrelen was onze stiel niet. Met elkaar praten kon dus eigenlijk alleen op dinsdagmorgen tijdens het ontbijt en erna al wandelend naar het Kamergebouw. Soms luisterde ik dan ook tijdens een zitting naar een betoog van hem met grote verbazing omdat hij gezichtspunten opende waaraan ik nog niet gedacht had en waarover hij mij niet eerder geïnformeerd had. Maar we pikten dat van elkaar zonder ook maar een keer erover in strijd te geraken (en in de partij verdedigden we dan ook allebei nog volmondig ons beider bijdragen). Bij dat alles kwam natuurlijk zijn altijd zonnige humeur, dat bovendien nog wat fleuriger gemaakt werd door de Limburgse geluiden in zijn uitspraak.

Mogelijk heeft ons geholpen dat wij allebei de Kweekschool voor Onderwijzers bezochten en de LO-akte verwierven. Toentertijd de ‘universiteit voor de armen’, een degelijke op feiten gebaseerde opleiding met een goede training op het overbrengen van informatie en het kweken van inzicht. Spreken in het openbaar lukte ons in allerlei milieus uitstekend en we voelden ons goed thuis in de buitenprovincies van Nederland waarbij hij zich vooral richtte op Brabant en Limburg, en ik op het noorden vanaf Flevoland/Gelderland en op Zeeland. Noord- en Zuid-Holland en Utrecht kwamen in de Kamer toch wel aan hun trekken.

Beiden wisten we maar al te goed dat voor alle Hollanders de afstand van Schinveld en Lelystad naar Den Haag korter is dan de afstand in omgekeerde richting. De liefde van zijn Schinvelders voor hem, hun burgemeester, was zo groot dat ze massaal (in mijn herinnering meer dan 30 procent) op de PPR stemden in december 1972, de verkiezing die de PPR 7 zetels opleverde en leidde tot het kabinet Den Uyl.
 
Met beste groet, Michel.