Wapenfeit: Verkeerscirculatieplan

Verkeerscirculatieplan Groningen

Het verkeer in de binnensteden was ook in de jaren zeventig al een item. Eerder al zelfs. In Amsterdam hadden Provo en ‘De Kabouters’ er in de jaren zestig veel aandacht voor gevraagd. Luchtvervuiling. Drukte. Ruimte. Het ‘witte-fietsen-plan’. In de stad Groningen was in 1972 een ‘progressief’ meerderheidscollege ontstaan. In 1974 kwam de PPR er in .

Bij de verkiezingen in 1974 verdween D’66 uit de raad, de PPR kwam er in. PvdA, PPR en CPN haddeen samen 23 zetels. Voor de binnenstad eiste de PPR een verkeerscirculatieplan (VCP). Geen probleem, want de PvdA wilde dat ook. En de CPN accepteerde dat dan maar, als het zo nodig moest. Het had heel wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk was er een plan. Eerdere plannenmakerij had niks tevredenstellends opgeleverd, waardoor op een gegeven moment Max van den Berg, die wel ‘de Raspoetin van het Noorden’ werd genoemd, zich met tal van deskundigen voor 14 dagen terugtrok in de Martinikerk om nu eens echt een plan te ontwerpen.

Dat plan had een aantal radicale aspecten. Door de binnenstad werden twee lijnen getrokken, één van oost naar west en één van noord naar zuid. Over die grenzen heen was autoverkeer niet toegestaan. Binnen de vier kwarten, ‘sectoren’, van de binnenstad kon je met de auto via routes met éénrichtingsverkeer overal komen, behalve in, net als eerder, voetgangersgebieden. De verbinding tussen de sectoren liep over de diepenring rond de binnenstad. 

4 sectoren

De “hele” stad kwam in opstand. Dat wil zeggen. De middenstandondernemers. De rechtse partijen. Zowel het regionale dagblad (Groningen en Drenthe) het ‘Nieuwsblad van het Noorden’, als de journalistiek hoogstaande in en rond de stad deur-aan-deur bezorgde ‘Groninger Gezinsbode’. Zelfs uit het politieapparaat kwam duidelijk verzet. Het zou een chaos worden en een bende en het zou de nekslag betekenen voor de middenstand. De toekomst van de zesde stad van het land stond op het spel! Na de invoering van het plan bleek daar, naar mijn mening, verder niks van, maar voordat het plan kon worden uitgevoerd moest er nogal wat weerstand worden overwonnen. Op verjaardagsvisites was het hét onderwerp. Mensen op het Hogeland gingen door alle commotie in de pers, met vaak onjuiste informatie ook, zelfs denken dat je je auto aan de rand van de stad moest gaan parkeren, voor je er in kon – dat was toch idioot! Dat was dus ook niet het plan. Max van den Berg zei jaren later eens “Als het dan zo’ n slecht plan was dan was het later toch wel bijgesteld?” Dat is dus nooit gebeurd.

Het plan werd ingevoerd op maandag 19 september 1977, een dag die iedereen die het heeft meegemaakt nog zal bijstaan. In de nacht waren verkeersborden vervangen, geplaatst en verwijderd, en her en der waren losliggende trottoirbanden gelegd om het verkeer in de gewijzigde situatie te geleiden. Verkeerslichten in de binnenstad verdwenen, behalve die op de hoek van Gedempte Zuiderdiep en Oosterstraat, die later ook is verdwenen. Mensen die elkaar volstrekt niet kenden gingen met elkaar in gesprek. Het voelde geweldig. Ik was vrij in mijn eigen binnenstad in plaats van opgesloten in gevaar. 

Het plan bevatte niet alleen een fase 1, de aanpak in de binnenstad, maar ook vervolgstappen. Die kwamen later, onder andere de afsluiting van het Noorderplantsoen. En nog meer maatregelen.

Maar voordat het VCP als voorstel aan de gemeenteraad door het College kon worden vastgesteld moest al die weerstand worden overwonnen. Dat ondernemers zich tegen het plan verzetten was niet vreemd natuurlijk. Ondernemers werken in een hen bekende omgeving en veranderingen waarmee zij zelf voortdurend bezig zijn zijn zaken die in hun eigen invloedssfeer liggen, variërend van inkoopbeleid tot inrichting etalage tot reclame tot personeelsbeleid tot wat al niet. Veranderingen buiten de eigen invloedssfeer vragen ook aandacht, dus nog meer inspanningen – en zijn bovendien griezelig – want wat levert het op? 

Als sterke collectieve meningsvorming zich voordoet, en dat was hier zo, niet alleen in de binnenstad, maar over de hele stad en zelfs in de twee provincies, dan is dat van invloed op volksvertegenwoordigers. En zo had men er binnen de PvdA moeilijk mee. De CPN ook, maar die liet het gebeuren, de PvdA was beslissend. 

Het VCP zoals we dat kennen was er niet geweest zonder de PPR. Op het finale moment, in 1975, bij het vaststellen van het plan in het College voor behandeling in de gemeenteraad, heeft PPR-wethouder Wim Wildeboer moeten zeggen dat hij bij het niet aannemen van dit plan naar zijn ledenvergadering zou moeten gaan. Zonder die inbreng was het plan er niet gekomen, iets wat we nu,44 jaar later kunnen onthullen.

Naast de open Oosterscheldedam en het kernenergiebesluit van het kabinet Den Uyl is dit een voorbeeld van een resultaat dat alleen mogelijk werd door de maatschappelijk gedragen opvatting en de werkelijkheid dat progressieven samenwerkten, PAK-accoorden en wat dies meer zij. Langs die lijn kon de PPR naast het sluiten van allerlei compromissen – en waarom niet? – ook harde piketpaaltjes slaan.

Henri Dijksterhuis

Henri Dijksterhuis was fractievoorzitter van de gemeenteraadsfractie van de PPR in de stad Groningen van 1976 – 1981

P.S. PPR lid Pieter Parmentier meldde dat hij als PPR lid en eerstejaars geograaf in 1974 een succesvolle demonstratie organiseerde voor een autovrije Grote Markt. Opnieuw een bevestiging dat PPR leden overal actief waren, ook buiten de raad.