PPR en de doorbraak van de verzuiling

Wij vroegen Wim Couwenberg, emeritus hoogleraar staats- en bestuursrecht, of hij kon reageren op de invloed van de PPR op de politiek. Hij ziet de PPR als uitvloeisel van de sociaal-democratische doorbraakgedachte en breuk met de verzuiling, maar is er nu niet een nieuwe doorbraak nodig?

De PPR was, zo geeft Wim Couwenberg aan, een uitvloeisel van de sociaaldemocratische Doorbaakgedachte. Deze was gestart door de PvdA met de bedoeling langs die weg de leidende rol van de confessionelen in de Nederlandse politiek te kunnen overnemen. Couwenberg zelf had aanvankelijk ook het “georganiseerde verzet gesteund tegen de doorbraakbeweging onder leiding van de PvdA. Het was immers een aanslag op het roomse biotoop met vaste geborgenheid. Hij kwam daar al snel op terug, want zo stelt hij “een afgedwongen kerstening van de samenleving druist in tegen de geestelijke vrijheid”.

De naoorlogse Doorbraakgedachte, en daarmee ook de PPR als uitvloeisel ervan, had ook betrekking op het doorbreken van de tegenstelling tussen kapitaal en arbeid. Klassenstrijd is geruisloos geweken voor georganiseerd overleg tussen werkgevers en werknemers (poldermodel).

Maar Couwenberg wijst op een nieuwe scheidslijn: “daar is inmiddels een nieuwe maatschappelijke tweedeling voor in de plaats gekomen, de tweedeling tussen hoger- en lager opgeleiden”. Hïj noemt het een scheidslijn die te maken heeft met de ontwikkeling van een meritocratische samenleving als vrucht van de ideologie van gelijke kansen. Deze nieuwe tweedeling noopt tot een nieuwe maatschappelijke doorbraakbeweging.

Lees zijn artikel Doorbraak van verzuilde politieke en maatschappelijke verhoudingen over de doorbraakgedachte toen en de noodzaak voor een nieuwe doorbraak nu hier (pdf)

Reacties kunnen uiteraard een plaats krijgen op de site. Het gaat ons echter niet alleen om de nieuwe maatschappelijke tweedeling, maar vooral om de relatie met de PPR. Zo schreef Erik Jurgen dat de doorbraak van de verzuiling eerder iets van de PvdA was. “De PPR was vrucht van heel andere ontwikkelingen. Vooral die van de jaren zestig, begin zeventig. Juist als reactie op de terugkeer van oude orde, na de oorlog, rebelleerde een hele generatie”. Lees zijn reactie hier.